Zorgwonen

Zorgwonen is het creëren van een kleinere woongelegenheid in of bij een bestaande hoofdzakelijk vergunde woning zodat maximaal twee oudere (65+) of hulpbehoevende personen kunnen wonen bij iemand die hen zorg verleent. Hierdoor kan bijvoorbeeld de partner van de oudere of hulpbehoevende mee inwonen, zonder dat deze zelf oudere of hulpbehoevende moet zijn. Op 16 augustus 2021 wijzigt de regelgeving hierover.

Voorwaarden

Er is sprake van een zorgwoning als voldaan is aan alle drie volgende voorwaarden:

  1. In of bij de bestaande hoofdzakelijk vergunde woning wordt één kleinere (ondergeschikte) wooneenheid gecreëerd.
  2. De eigendom, of ten minste de blote eigendom, op enerzijds de hoofdwooneenheid en anderzijds de ondergeschikte wooneenheid, of de grond waarop die ondergeschikte wooneenheid tijdelijk wordt geplaatst, berust bij dezelfde titularis of titularissen.
  3. De creatie van een ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van:
    1. ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan minstens 1 persoon van 65 jaar of ouder
    2. ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan minstens 1 hulpbehoevend (kinderen die ten laste zijn van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van 2 personen). De hulpbehoevende is:
      • een persoon met een handicap
      • een persoon die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van de Vlaamse Sociale Bescherming (vroeger zorgverzekering)
      • een persoon die hulp nodig heeft om zelfstandig te wonen
    3. ofwel de zorgverlener, indien de hulpbehoevende personen gehuisvest blijven in de hoofdwoning.

Het effectief bewonen door de hulpbehoevende (of de 65-plusser) moet binnen de twee jaar na datum van de meldingsakte gebeuren, anders vervalt de meldingsakte.

Als een bestaande zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, terug gebruikt wordt voor de huisvesting van één gezin, dan moet u dit opnieuw melden aan uw gemeente met een meldingsformulier of online via het omgevingsloket.

Hoe aanvragen?

Het creëren van een zorgwoning is meldingsplichtig. Er zijn drie mogelijke situaties waarin zorgwonen gemeld mag worden:

  • binnen een bestaande woning
  • binnen een bestaand bijgebouw bij een woning
  • in een nieuwe, tijdelijke verplaatsbare unit

We bespreken die drie mogelijkheden hieronder.

1° Zorgwonen binnen het bestaande bouwvolume van de hoofdzakelijk vergunde woning is meldingsplichtig wanneer aan alle volgende voorwaarden voldaan is:
• de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid; 
• de ondergeschikte wooneenheid, maakt ten hoogste een derde uit van de bruto vloeroppervlakte van de volledige woning. De ruimten die gedeeld worden met de hoofdwooneenheid worden hier niet meegerekend.

Als de bestaande woning uitgebreid wordt, is niet een melding, maar een vergunning verplicht.

Hoe zorgwonen binnen een bestaande woning melden in het omgevingsloket? Dat leest u hier.

2° NIEUW VANAF 16/8/2021: Zorgwonen in een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw is meldingsplichtig wanneer aan alle volgende voorwaarden voldaan is:
• de bruto vloeroppervlakte van de ondergeschikte wooneenheid bedraagt maximaal 50m²; 
• er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van een strikt noodzakelijke toegang tot de ondergeschikte wooneenheid; 
• de noodzakelijke nutsvoorzieningen van de ondergeschikte wooneenheid takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid; 
• de afvoer van het afvalwater van de ondergeschikte wooneenheid sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid.

Als het bestaande bijgebouw uitgebreid wordt, is niet een melding, maar een vergunning verplicht.

Hoe zorgwonen binnen een bestaand bijgebouw melden in het omgevingsloket? Dat leest u hier.

3° NIEUW VANAF 16/8/2021: Zorgwonen in een tijdelijke, verplaatsbare constructie is meldingsplichtig wanneer aan alle volgende voorwaarden voldaan is:

  • de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van 30m van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid; 
  • de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op een van de volgende plaatsen geplaatst:
    • in de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op 3m van de perceelsgrenzen;
    • in de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op 1m van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt;
  • de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3,5m;
  • de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale bruto vloeroppervlakte van 50m²;
  • er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie;
  • de plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing, het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied; 
  • de noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid;
  • de afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid; 
  • de plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur kan met een nieuwe melding slechts één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar;
  • binnen drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd. 

Hoe zorgwonen in een tijdelijke verplaatsbare unit melden in het omgevingsloket? Dat leest u hier.