Brouwerij Campina

Brouwerij Campina

Het Campinaplein dankt zijn naam aan brouwerij Campina, ooit de trots van Dessel. Volgens de familieoverlevering stampte Martijn Verbeeck rond 1850 brouwerij "De Hopbloem" uit de grond. Het was toen één van de vier of vijf Desselse dorpsbrouwerijtjes, waar op ambachtelijke wijze bier gebrouwen werd. Maar de Hopbloem bleef geen dorpsbrouwerij. Martin Verbeeck breidde in 1872 de capaciteit en de afzetmarkt stevig uit. Augustinus Verbeeck (1855-1934) zette de zaak van zijn vader verder. En zijn zoon Edmond (1884-1965) gaf tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog het bedrijf een industrieel karakter. Hij deed dit samen met zijn schoonbroers Ernest en Karel Minnen. "De Hopbloem" werd “Brouwerij Verbeeck en Minnen”. In 1929 werd het bedrijf een naamloze vennootschap en veranderde de naam in Brouwerij Campina. Er werd ook een nieuw bier op de markt gebracht, een pilsener met de klinkende naam Golding Campina, later in de markt gezet als “het bier der fijnproevers”.

De prent die op deze kast afgebeeld wordt, werd gemaakt bij Eckert & Pflug, een kunstuitgeverij uit Leipzig, gespecialiseerd in foto’s van bedrijven en fabrieken vanuit vogelperspectief. Ze geeft een zeer realistisch beeld van Brouwerij Campina rond 1935.¬†Kijk even mee naar het grote, mooie huis dat voor de brouwerij stond, tegen de Markt. Het was de woning van Karel Minnen, een van de beheerders van de Brouwerij. Deze schitterende villa tussen 1930 en 1935 gebouwd. Goed tien jaar later, in september 1944 bij de bevrijding van Dessel kreeg deze kant van de Markt het zwaar te verduren. De huizen die er stonden, werden bijna helemaal vernield. Ook de woning van Karel Minnen deelde heel zwaar in de brokken. Op de plaats van de verwoeste huizen liet Brouwerij Campina in 1949 een nieuw kantoorgebouw optrekken.

Het huis naast de villa van Karel Minnen op de hoek met de Hannekestraat was een café “In nieuw Mechelen”. De bedrijfsgebouwen van Brouwerij Campina lagen zowel links als rechts van de Hannekestraat. Toen het bier nog niet met vrachtwagens, maar met paard en kar werd vervoerd, waren daar o.a. de paardenstallen en vooraan een woning voor een conciërge. En links naast het logo zie je nog een deel van de tweewoonst tegen de Molsebaan. Daar woonden kaderleden van de brouwerij. Die huizen staan er nog, maar zijn sterk verbouwd.

Na de Tweede Wereldoorlog kende brouwerij Campina onder de leiding van Augustijn en Eugène Verbeeck, twee zonen van Edmond, een sterke uitbreiding. Brouwerij Campina verkocht zijn bieren in een gebied met een straal van ongeveer 60 km rond Dessel. Daarmee werd de ganse provincie Antwerpen bereikt, een stuk van Limburg en een stuk van Brabant. In 1985 toen de Campina met o.a. Christian Verbeeck door de vijfde generatie bestuurd werd, bediende het bedrijf zo'n 700 horecazaken. Op dat moment brouwde de Campina jaarlijks ongeveer 100.000 hectoliter bier, wat een lichte achteruitgang van 5 procent betekende tegenover 1980. Het bedrijfsresultaat voor 1984 beliep 400 miljoen frank en er werkten 120 mensen, waarvan 80 in Dessel en 40 in het commerciële depot in Berchem. In 1980 stelde men nog 140 mensen te werk.

Het was toen al duidelijk dat Brouwerij Campina het moeilijker en moeilijker kreeg om tegen de grote concurrenten op te boksen en zijn stevige positie in de provincie Antwerpen te behouden. In 1987 werd Brouwerij Campina door Brouwerij Maes opgekocht. Dat was het begin van het einde. Op 1 juni 1988 werd de bottelarij in Dessel gesloten en vanaf 1 april 1989 werden ook de vaten in Waarloos gevuld. Het bier dat in Dessel gebrouwen was, werd er met tankwagens naartoe gebracht. Op 31 december 1989 ging Brouwerij Campina in Dessel definitief dicht.

De kiosk op de Markt

In 1930 besloot de gemeenteraad naar aanleiding van de eeuwfeesten van de onafhankelijkheid van België op de Markt een overdekte kiosk te bouwen "overwegende dat eene kiosk wel zou kunnen bijdragen tot het welgelukken der feestelijkheden en tevens eene schoone en nuttige herinnering blijven". Tegelijkertijd kwam men daarmee tegemoet aan de veelvuldige vragen van fanfare "De Eendracht", die argumenteerde dat een kiosk "zeer veel zou bijdragen tot deftig volksvermaak en kunstveredeling". Men voorzag een bedrag van 20.000fr voor de bouw en liet een plan maken voor een kiosk met veel prachtig smeedwerk.

Maar toen bleek dat de goedkoopste bieder de klus wou klaren voor 31.380fr besloot men "eenige grondige wenken te nemen aan het voorgelegde plan zonder noch de ruimte, noch de noodige sterkte, noch het sieraad te verminderen". Nochtans verdween al het prachtige smeedwerk en werd de bouw van de kiosk uiteindelijk voor 28.500fr toegewezen aan Jozef Deckx. Ze speelde een centrale rol bij heel wat feestelijkheden en plechtigheden in het dorp. Maar in 1967 werd ze afgebroken. En daarmee waren er op de markt weer een paar parkeerplaatsen meer voor koning auto.